Ma Beer
Jurkje Ma Beer
Allereerst heb ik een schema gemaakt, waarin aangegeven staat hoe het gebreide werkje eruit moet gaan zien, voordat we het in elkaar gaan naaien en afwerken. Ook kunt u even checken hoeveel steken u waar en wanneer op de pen moet hebben.

We beginnen met het breien met de rok. Hiervoor zetten we 96 steken op met witte wol. Over deze steken breien we 5 pennen ribbelsteek en daarna 3 pennen tricotsteek. We wisselen van kleur en breien met roze wol 12 pennen tricotsteek. In de volgende averechte pen halveren we het aantal steken tot 48. De hele pen breien we dus telkens twee steken samen. Daarna breien we nog 1 pen recht. We gaan nu verder met het bovenlijfje. We breien 11 pennen tricotsteek, met aan het begin en aan het einde van de pen 4 steken ribbelsteek. Zo maken we aan beide rugpanden een rand van ribbelsteek, deze krult niet om en hier kunnen we in de afwerking knoopjes opnaaien voor de sluiting (Zie foto 1). In dit schema is st. = steek/steken. Deze 11 pennen breien we als volgt:
- 1 kantst., 3 st. recht, 40 st. averecht, 4 st. recht.
- 1 kantst., 47 st. recht.
- 1 kantst., 3 st., recht. 40 st. averecht, 4 st. recht.
- 1 kantst., 47 st. recht.
- 1 kantst., 3 st. recht, 40 st. averecht, 4 st. recht.
- 1 kantst., 47 st. recht.
- 1 kantst., 3 st. recht, 40 st. averecht, 4 st. recht.
- 1 kantst., 47 st. recht.
- 1 kantst., 3 st. recht, 40 st, averecht, 4 st. recht.
- 1 kantst., 47 st. recht.
- 1 kantst., 3 st. recht, 40 st. averecht, 4 st. recht.
We beginnen met het breien van rugpanden en voorpand op de goede kant van het werk, als dat bij u niet zo is brei dan nog een pen erbij (zie foto 1). In totaal breien voor het rugpand over de eerste 12 steken, 11 pennen volgens het onderstaande schema. De eerste steek is een kantsteek, dus niet breien, alleen afnemen.
- 1 kantst., 11 st. recht.
- 1 kantst., 7 st. averecht, 4 st. recht.
- 1 kantst., 11 st. recht.
- 1 kantst., 7 st. averecht, 4 st. recht.
- 1 kantst., 11 st. recht.
- 1 kantst., 7 st. averecht, 4 st. recht.
- 1 kantst., 11 st. recht.
- 1 kantst., 7 st. averecht, 4 st. recht.
- 1 kantst. 11 st. recht.
- 1 kantst. 7 st. averecht, 4 st. recht,
- 12 st. afkanten.

Foto 1

Foto 2

Foto 3
We nemen een nieuwe draad en kanten eerst 3 st. af voor het armsgat (Foto 3). Voor het voorpand breien we over 18 steken 10 pennen tricotsteek (Foto 4).
Pen 1: 1 kantst., 17 st. recht.
Pen 2: 1 kantst., 17 st. averecht.
Pen 3 t/m 10: Pen 1 en pen 2 herhalen.
Pen 11: Voor de schouder worden over de eerste 4 steken, 6 pennen tricotsteek gebreid en daarna afgekant(Zie foto 4). Dan 10 st. afkanten (Zie foto 5). En daarna zijn er nog 4 st. over, waar weer voor de schouder 6 pennen tricotsteek worden gebreid (Zie foto 6) en daarna afgekant. Nu is ook het voorpand af.

Foto 4

Foto 5

Foto 6
We hebben nu nog 15 steken over. We gaan weer 3 steken afkanten voor het andere armsgat en over de laatste 12 steken breien we 11 pennen tricotsteek volgens het onderstaande schema.
- 1 kantst., 11 st. recht.
- 1 kantst., 3 st. recht, 7 st., averecht.
- 1 kantst., 11 st. recht.
- 1 kantst., 3 st. recht, 7 st. averecht.
- 1 kantst.,11 st. recht.
- 1 kantst., 3 st. recht, 7 st. averecht.
- 1 kantst., 11 st. recht.
- 1 kantst., 3 st. recht, 7 st., averecht.
- 1 kantst., 11 st. recht.
- 1 kantst., 3 st. recht, 7 st. averecht.
- 12 st. afkanten (Foto 7). Het andere rugpand is nu ook af.

Foto 7

Foto 8

Foto 9
De schouderbandjes worden nu op de rugpandjes vastgenaaid. Zie het schema en foto 8. Voor het halsbiesje nemen we in witte wol ongeveer 34 steken op, uit de lusjes van afgekante steken en lusjes langs de schouderbandjes. Over beide rugpanden elk 7 steken, beide schouderbandjes elk 5 en van het voorpand 10 steken. Over de opgenomen steken breien we op de goede kant 1 pen recht of als je de binnenkant van je breiwerk ziet 1 pen averecht. Voor de volgende pen geldt hetzelfde, zie je de binnenkant 1 pen averecht/buitenkant 1 pen recht en meteen in die pen afkanten.

Foto 10

Foto 11

Foto 12
De volgende stap is het breien van de pofmouwtjes. Voor elk pofmouwtje zetten we 34 steken op en breien de eerste pen averecht. Daarna 3 pennen tricotsteek en in pen 5 verdergaan met averecht en witte wol. De volgende pen (pen 6) meteen recht afkanten.
Afwerking
De zijnaadjes van de pofmouwtjes aan elkaar naaien (zie foto 10).Door de beginnaald rijgen we een draad (zie foto 11) en trekken deze iets aan, tot de grootte van het armsgat. Daarna zetten we deze vast in de mouwopening (zie foto 12). De rokdelen aan de achterkant tot de helft dichtnaaien. Draden afhechten. 2 Knoopjes op het rugpand naaien (zie foto 1). Je kan de knoopjes op de juiste plaats door de rand van het andere rugpand drukken. Na dit een paar keer gedaan te hebben wordt het gat steeds groter. Het gat dat ontstaat door voor het knoopsgat een steek af te kanten is vaak te groot, daarom doen we het op deze manier. Verder kan je voor de versiering van het jurkje van alles gebruiken: bloemetjes, roosjes, kantjes, pompons, etc.
Legging


De pijpen breien we apart en voor elke pijp zetten we 24 steken op. We kunnen ze tegelijk breien door nog een bolletje wol te nemen. We breien eerst 5 pennen ribbelsteek. Dan wisselen we van kleur en breien 1 pen recht en 1 pen averecht. Wisselen we weer van kleur en breien we weer 1 pen recht, 1 pen averecht. In totaal doen we dit 5x, dus 10 pennen. De broekspijpjes zijn nu af en we gaan de beide pijpjes (alle 48 steken) als één geheel verder breien. Hierover gaan we 18 pennen in tricotsteek breien en wisselen 9x van kleur. Per kleur breien we telkens 1 pen recht, 1 pen averecht. Als laatste breien we 5 pennen in ribbelsteek, dat is alle pennen recht. In de laatste pen kanten we tegelijk alle steken af.
Afwerking
De pijpjes als eerste aan elkaar naaien en dan de bovenste helft van de rugnaad dichtnaaien en de onderste helft open laten voor het staartje. Foto 1 t/m 6 laten dit zien.

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6
